Christian Thomsen

Christian Thomsen geldt, voor de verzamelaar, als één van de meest favoriete ontwerpers van Royal Copenhagen. Dit dankt hij aan zijn inventieve creativiteit, diversiteit en groot vakmanschap. Hij was tevens een zeer productief modelleur, slechts Jens Peter Dahl-Jensen overtreft hem in de hoeveelheid persoonlijke composities. Thomsen was bijvoorbeeld de ontwerper van het eerste kerstbord dat Royal Copenhagen in 1908 uitbracht.
Thomsen's entree bij Royal Copenhagen in 1898 viel samen met de eerste proeven van de onderglazuur methode. Dit is de werkwijze, waarbij de verf op het keramisch materiaal wordt aangebracht vóór het glazuren. De verf moest bestand zijn tegen de hoge temperaturen (zo'n 1400 graden), die nodig zijn om het glazuur te branden. Bij dit proces zijn de te gebruiken kleuren beperkt. Mede hieraan dankt Royal Copenhagen zijn unieke uitstraling.



Het eerste kerstbord van Royal Copenhagen uit 1908

Thomsen bleef tot aan zijn dood (1921) werkzaam bij Royal Copenhagen. Hij heeft een zeer grote verscheidenheid aan modellen geboetseerd. In zijn beginperiode bepaalde hij zich grotendeels tot dieren. Vooral vogels hadden zijn interesse, van kip tot papagaai.
De serie faunen staat hoog in het vaandel bij iedere verzamelaar en Thomsen gaf het startschot voor deze serie in 1902 met zijn faun met hagedis. Hij maakte er in totaal 15, dus de helft van de algehele collectie. Al zijn faunen zijn vergezeld door dieren, uitgezonderd die met de panfluit. Uitzonderlijk mooi is het enigszins boosaardige fauntje, die pesterig een wit konijn aan zijn oor trekt terwijl hij zijn gezichtje vertrekt in opperste concentratie. Ook zeer vermeldenswaard is de faun die een schildpad berijdt met de teugels om de hals van de schildpad. Hij moedigd het dier aan met een enthousiast omhooggeheven koppie. Zijn twee bokkepootjes liggen aan weerskanten van het bijzonder fraai getekende schild (zie afbeelding).


Faun ontworpen door Christian Thomsen in 1907

Thomsen's beelden getuigen van een scherp oog voor detail en een diepe liefde voor zijn onderwerp. Zijn boerenkindertjes gaan, net als bij de fauntjes, vaak samen met hun boerderijdieren, geiten, kalveren, de herder met zijn hond, de zwijnenhoeder met een wel zeer levensecht zwijn. Overigens zou de "ganzendief " een fauntje zonder bokkenpoten kunnen zijn, met zijn hoorntjes verborgen onder zijn krullen. De uitdrukking op zijn gezicht heeft hij gepikt van zijn gehoefde broers. Thomsen's plattelanders, meestal paartjes, lachen, dansen, zijn veelal simpel gelukkig. Ook hier weer oog voor details, met name in de boerenkleding en de houding.

De sprookjesfiguren, uiteraard van Hans Christian Andersen, zijn wat verfijnder, een beetje 18e eeuws Meissen, in kleding en houding. De nieuwe kleren van de keizer, met een flink dommige, beteuterde keizer, de prinses met de varkenshouder, de prinses en de boerenpummel waar de hooghartige prinses zich zeer autoritair afwend met gekroond hoofd, gekleed in een vorstelijk japon. Ook zijn tafreeltjes uit het sprookje de tondelddoos en zijn zandmannetjes zijn weergaloos verbeeld. En zijn kinderfiguurtjes kunnen moeiteloos staan naast die van zijn bereomde tijdgenoot Konrad Hentschel van Meissen. Begonnen met een opleiding in houtsnijden is Christian Thomsen uitgegroeid tot één van de beste modelleurs van zijn tijd.

 Site Meter