Daum Frères Nancy

De geschiedenis van de beroemde glasfabriek "Daum" begint bij de notaris Jean Daum (1825-1885). Tijdens de Frans-Pruissische Oorlog is hij genoodzaakt, en met hem vele Elzassers, met zijn gezin te vluchten voor het snel oprukkende Duitse leger. Na wat omzwervingen vestigt het gezin Daum zich in Nancy. Jean komt in 1875 in contact met een groep industriëlen, die de glasfabriek "Verrerie Sainte Catherine" willen beginnen en hij laat zich overhalen medefinancier te worden. Ze produceren horlogeglas, spiegelglas en glasserviezen. Al zeer snel (1876) raakt de fabriek in financiële problemen, Jean besluit zich van het zinkend schip terug te trekken. Zijn compagnons kunnen hem zijn aandeel niet terugbetalen, en Jean kiest eieren voor zijn geld en neemt het algehele over door zijn medefirmanten uit te kopen. Hij doopt de fabriek om tot "Verrerie de Nancy". Maar ook Jean mist iedere vaardigheid om zijn Verrerie succesvol te runnen en even lijkt het erop dat de fabriek roemloos ten onder zal gaan. Dat had de wereld een stuk armer gemaakt zonder al die kostbare Daumschalen, vazen en lampen.



Daum cameo vaas, ca. 1905

In 1879 komt de oudste zoon Auguste (1853-1909), na het afronden van zijn rechtenstudie op 25-jarige leeftijd, zijn vader terzijde staan. Auguste heeft een gedegen financieel inzicht en hij geeft de opdracht wat geraffineerde glasserviezen te vervaardigen, die, na verloop van tijd, goed verkopen. Toch duurt het tot 1887 tot de fabriek uit de malaise is. Wel trouwt Auguste in 1883 met Jeanne Constantin, dochter uit een gerenomeerde glasfamilie onder het motto: 'alle beetjes helpen'. Maar als vader Jean in 1885 overlijdt, wacht het prille gezinnetje een zeer wankele erfenis. Zodra Auguste's elf jaar jongere, artistiek begaafde broer Antonin (1864-1931) van school is, komt hij de gelederen versterken. De taken worden naar kunne verdeeld. Auguste schittert als commercieel en financieel directeur en Antonin leidt het productieproces.

Tot 1894 bezitten zij de enige glasfabriek in Nancy. In dat jaar op 31 mei vestigt Emile Gallé zich in dezelfde stad en gaat het wereldberoemde glasimperium van start met als apotheose de "École de Nancy", een groep geniale, vakbekwame kunstenaars, die, vooral binnen de Art Nouveau, hun werk tot op eenzame hoogte brengen. Emile Gallé is de katalysator, de magneet binnen de "École de Nancy". Sinds de Parijse wereldtentoonstelling van 1889 (waar Gallé goud wint met glas, eveneens goud voor zijn keramiek en zilver voor zijn meubelen) heeft Gallé een enorme invloed op de jonge Antonin Daum. Vanaf 1890 ligt de nadruk bij Daum dan ook op kunstvoorwerpen en worden nieuwe technieken beproefd, vele kunstzinnige medewerkers aangetrokken en het afzetgebied vergroot.

Antonin interesseert zich bovenmatig in de toepassing van de gloednieuwe elektriciteit. Al in 1898 ontwerpt hij enkele bijzondere, beeldschone tafellampen, met twee gloeilampen, één onder de glazen kap en één in de slanke amphora voet. Een spel van licht door verschillende lagen getint glas. Hij boekt een gigantisch succes op de Parijse Wereldtentoonstelling van 1900 met deze sprookjesachtige objecten. Hij sleept er de "Grand Prix" mee in de wacht. Een belangrijk graveur bij Daum is Jacques Gruber, die later tot één van Frankrijks belangrijkste glas-en-lood en meubel ontwerpers zou uitgroeien. Andere grote ontwerpers zijn Charles Schneider, Eugène Gall, Emile Wirts en in veel later jaren Salvador Dalí. Na de eeuwwisseling breidt Daum steeds verder uit, terwijl ze in 1894 al twee ovens en meer dan 300 werknemers hadden. De "Verrerie de Nancy" is het boegbeeld geworden van de glaskunst met haar revolutionaire technieken. Naast markante ingesloten kleurpoeders, die de objecten marmeren, wordt er met zuren geëtst, geëmailleerd (d.w.z. met gesmolten glas wordt een voorstelling geschilderd en later ingebrand), er wordt ondergedompeld in fluorwaterstof voor een gematteerd uiterlijk. Waarlijk inventief werkt het laboratorium van Daum in deze époque.


Daum cameo vaas, ca. 1895

Ze nemen geen genoegen met halfslachtige werknemers. Ze eisen de allerbeste. En zo gebeurt het dat de beroemde smeedkunstenaar Edgar Brandt wordt aangetrokken om het smeedwerk voor de lampen te verzorgen. Topniveau op alle gebied. Tijdens de Eerste Wereldoorlog sluit Daum zijn kunstafdeling. Eén van de zonen van Auguste, Jean, ook werkzaam bij de firma, verliest zijn leven bij de 'Slag van Verdun', en met hem vele medewerkers. De fabriek vervaardigt de gehele oorlog medisch glas. Tijdens het interbellum zorgt een andere zoon van Auguste , Paul Daum, voor de artistieke productie en bekwaamt zich in de vormgeving binnen de Art Deco stroming. Onder zijn leiding wordt het glas verzorgd voor het beroemde stoomschip "Le Normandie", bekend van de affiches van schilder en graficus Cassandre (pseudoniem voor Adolphe Mouron).



Daum coupe, ca. 1930

Overigens is dezelfde Paul in de Tweede Wereldoorlog omgekomen in een concentratiekamp. De oorlogen waren de zonen van Auguste zeer noodlottig. Maar de fabriek draait nog steeds, en is nog altijd in handen van de nazaten van de oprichter Jean Daum.
Wel moet gezegd worden dat de glorietijd lag in de bekwame handen van Auguste en vooral van Antonin en van Paul Daum, de periode 1890 tot 1930.

 Site Meter